Wie soja zegt, zegt veganist. We denken aan tofu, tempeh en cappuccino’s met sojamelk. In realiteit eten we allemaal veel meer soja dan we denken.

De peulvrucht wordt reeds duizenden jaren gekweekt in Azië, waar ze traditioneel vooral in gefermenteerde vorm gegeten werd. Vandaag wordt soja voornamelijk indirect geconsumeerd. Soja is één van de meest gekweekte gewassen op aarde en wordt gebruikt in de productie van talloze producten, van diervoeder tot brandstof. Verwerkt voedsel voor menselijke consumptie bevat vrijwel altijd sojaderivaten. Sojalecithine als emulgator in chocolade bijvoorbeeld,  geïsoleerd soja-eiwit in soep en sausen of sojaolie in margarine en als frituurolie.

Soja wordt vaak geadverteerd als gezondheidsproduct. Maar klopt dit wel?

Typische peulvrucht

Soja is een peulvrucht en we weten dat peulvruchten hoge concentraties lectinen en fytinezuur kunnen bevatten.

Lectinen zijn  plantaardige proteïnes  die – net zoals gluten – een eroderend effect op de darmwand hebben. Hierdoor kunnen ze makkelijk in de bloedbaan terechtkomen en zo verschillende inflammatieprocessen in gang zetten. Bovendien kunnen lectinen de leptinereceptoren aantasten. Leptine is het hormoon dat je verzadigingsgevoel reguleert. Wanneer de leptinereceptoren niet goed werken, heb je dus nooit het gevoel genoeg gegeten te hebben. Je blijft honger hebben, ook al at je reeds meer calorieën dan je lichaam nodig heeft.  Dit is een sleutelfactor in het zogenaamde metabool syndroom, een aandoening waar naar schatting 34% (1 op 3!) van de Amerikaanse bevolking aan lijdt.

Fytinezuren hebben de eigenschap mineralen uit voeding te binden, waardoor hun absorptie in de darmwand onmogelijk wordt gemaakt. Te veel fytinezuur in je dieet kan dus leiden tot een microvoedingstoffentekort, met name ijzer, zink, calcium en magnesium. Dit kan op langere termijn ondervoedingsziektes veroorzaken, zoals bloedarmoede, onvruchtbaarheid, immuun-zwakte en osteoporose.

Peulvruchten maken daarom doorgaans geen deel uit van een paleodieet.

Is dat echt een probleem?

Sommige bereidingsmethodes – zoals fermenteren , weken of koken – kunnen  een significant effect hebben op de natuurlijke toxines in peulvruchten. Sommige mensen tolereren op deze manier bereide linzen of kikkererwten wel. Kunnen we de sojaboon op dezelfde manier bekijken?

De concentraties aan lectinen en fytinezuur zijn in soja hoger dan in eender welke andere peulvrucht of graansoort.[1] Gefermenteerde sojaproducten zoals traditioneel bereide tofu of tempeh bevatten wel aanzienlijk minder fytinezuur, maar helemaal verdwijnen doet het niet. De hoeveelheid lectines blijft onaangetast. Daarom is het raadzaam slechts kleine hoeveelheden soja te eten. Vergeet niet dat in de traditionele Aziatische keuken tofu slechts als deel van een maaltijd met vis of vlees wordt gegeten. Volgens cijfers van de soja-industrie zelf eet de bevolking van Korea, China, Japan, Indonesië, Korea en Taiwan slechts 9 tot 36 gram (gefermenteerde) soja per dag.

Valse hormonen

Lectines en fytinezuur zijn echter niet het grootste probleem. Soja bevat zeer schadelijke isoflavonen, een fyto-oestrogeen dat een effect kan hebben op je hormoonbalans en als potente neurotransmitter een remmend effect heeft op beschermende neurotransmitters zoals gamma-amino-boterzuur en glycine. Klinische studies tonen een verband tussen fyto-oestrogenen en degeneratieve hersenaandoeningen zoals Alzheimer. Isoflavonen worden ook in verband gebracht met borstkanker, pancreaskanker en onderdrukking van de schildklierfunctie.

Andere problemen

De schildklier wordt trouwens ook negatief beïnvloed door de goitrogenen in soja. Dit zijn stoffen die de opname van jodium bemoeilijken, waardoor de schildklier gaat groeien en haar hormoonproductie verstoord wordt.

Soja bevat ook saponinen, een natuurlijke antibacteriële substantie. In ons lichaam kunnen saponinen zich binden met galzouten en het vetverbrandingsmetabolisme onderdrukken. Saponinen hebben bovendien een immuun-onderdrukkend effect.

Soja wordt ook vaak in verband gebracht met hart- en vaatziektes. Eén van de oorzaken zou het hoge aandeel aan hemoglutinine in sojabonen zijn. Dit is een stof die het stollen van het bloed bevordert. Te hoge hoeveelheden hemoglutinine zorgen voor het samenproppen van bloedlichaampjes, wat kan leiden tot trombose en embolie. [2]

Vaak wordt soja geprezen als rijke bron aan “gezonde meervoudig onverzadigde vetzuren“. 95% van de vetten in soja bestaan echter uit omega 6-vetzuren.  We weten dat een te hoge hoeveelheid omega 6 ten opzichte van omega 3-vetzuren verschillende ontstekingen veroorzaakt.  De meeste verwerkte sojaproducten zijn overigens op heel hoge temperaturen verhit, waardoor deze onstabiele vetten snel oxideren en kankerverwekkende vrije radicalen vormen.

Conclusie?

Soja is absoluut niet paleo.

Een beperkte consumptie van sojaproducten die op natuurlijke wijze (en zo weinig mogelijk) verwerkt werden, kan men overwegen, al overtreft die de voedingswaarde van een stuk vlees niet. Als deel van een probiotische aanvulling op je paleodieet is natto (een Japanse delicatesse met gefermenteerde sojabonen) een interessant gerecht. Maar verder heeft soja dus helemaal niets te zoeken op je bord.

Bronnen