(door Andrea)

Onlangs vertrok ik naar Nepal voor twee en een halve maand voor een internship in je humanitaire en journalistieke sector. Het werk dat ik daar deed was vooral geconcentreerd op afgelegen gebieden, waar alles van geld tot elektriciteit tot water heel erg schaars is. Ik wil dit soort werk blijven doen op termijn, omdat daar echt mijn passie ligt, maar dat betekent tevens dat Paleo niet altijd mogelijk is. Zo woonde ik in Nepal in een gastgezin, omdat er geen enkel hotel of winkeltje was in de buurt waar ik gebruik van kon maken, behalve om zout, suiker en olie te kopen. Ik was gesteld op 2 maanden lang enkel rijst, linzen en enkele koolgroenten. Vlees kwam eens in de 2 weken misschien op tafel, lunch was vaak een gefrituurde variant van rijst of instant noodles. Met andere woorden: verder weg van Paleo kon ik niet zijn, maar in dit dorp eet je wat de pot schaft of je eet niets. Ik moest er wel mee verder.

Toen ik dit voor het eerst deed, zat ik uiteraard met een hoop angsten. Paleo had zoveel voor mij betekend op vlak van gezondheid, maar als ik het werk dat ik wil doen echt zou gaan doen, moest ik er wel af en toe van afstappen. Een heuse mentale drempel, maar eentje die me toch veel vrijheid gegeven heeft toen ik hem overkwam.

Mijn dieet bestond vooral uit koolhydraten. Rijst was het bulkmateriaal, waar 75% van mijn calorieën uitkwamen op dagelijkse basis. ’s Morgens, ’s middags en ’s avonds was het rijst. Als ‘eiwitbron’ kwam er vaal Daal bij, een linzensoep die ik praktijk eerder water was waar ik ergens wel wat kapotgekookte linzen in terugvond. Tenslotte kwam het telkens met een bepaalde groene bladgroente, vaak in de vorm van spinazie of pompoenloof en met aardappelen (de groente, volgens hen). De enige vorm van vet die ik binnenkreeg, was het frituurvet van de lunchsnacks en eventueel de olie waarin de aardappelen eerst gebakken waren, voordat ook deze platgekookt werden. Eiwitten kreeg ik al helemaal niet.

Na een week voelde ik me zo ziek, dat ik dacht dat het tijd was om naar huis te gaan omdat ik hier fysiek écht niet klaar voor was. Toen bedacht ik me echter: “Andrea, als je naar huis gaat, dan betekent dat ook dat dit soort werk niet voor jou is weggelegd en dat je ergens anders je heil moet gaan zoeken.” Een gedachte die ik niet kon verkroppen. Dit is wat ik wil doen en niets kan me tegen houden, dacht ik. Maar is het het wel waard?

Het menselijk lichaam is een meester in zichzelf aanpassen aan verschillende situaties. Ik wist dat ik niet gezond bezig was, maar ik zag ook hoe de mensen hier dit letterlijk dag in, dag uit eten voor 50+ jaar en tegelijkertijd ook harde arbeid verrichten op het veld en er heel normaal uit zagen, al was diabetes niet zeldzaam. Als zij op deze manier verder kunnen, waarom ik dan niet? Ga ik echt het verwende nest uithangen en zeuren dat er geen vers fruit is of geen vlees? Neen. Ik leerde op termijn dit alles relativeren, me minder zorgen te maken over wat er exact op mijn bord kwam en me in de plaats daarvan te focussen op het werk, de mensen en de omgeving: de reden dat ik daar uiteindelijk was. Na een week of twee was mijn lichaam aangepast aan hun ritme en voelde ik me veel minder moe na het eten, werd mijn spijsvertering regelmatiger, was ik niet meer misselijk en had ik minder honger (voorheen had ik con-stant honger van al die koolhydraten…). Nog eens een paar weken later en mijn lichaam deed het nog steeds goed. Ik was stomverbaasd – hoe kan dat, terwijl ik zo slecht eet momenteel?

(Noot: Ik nam wel omega-3 supplementen en zink met me mee, omdat ik destijds nog steeds aan het proberen was om mijn menstruele cyclus terug op gang te krijgen en mijn zinkdeficiëntie op te lossen. Wees dus hoe dan ook voorbereid op je persoonlijke noden!)

Op dat moment realiseerde ik me dat gezondheid niet enkel iets fysieks is, maar dat het even goed in mijn hoofd zit. Ik was in Nepal bezig met mijn passie. Ik had een duidelijk doel voor ogen en zou het koste wat het kost bereiken.

Wat ik eet, kan me misschien een minder optimaal startpunt geven op deze termijn (maar wat zijn 2 maanden op een mensenleven, uiteindelijk?), maar het gaat mijn succes niet bepalen. Indien mogelijk eet ik uiteraard zoveel mogelijk datgene waarvan ik weet dat het gezond is, maar ik heb tevens geleerd dat wilskracht, doorzettingsvermogen en vooral vertrouwen in je eigen lichaam nog steeds de drie dingen zijn die je door alles heen krijgen, ongeacht de omstandigheden.

Mijn conclusies na Nepal bleken ook elders te kloppen. Nog geen maand nadat ik terug thuis kwam, bevond ik me in Kyrgyzstan, waar ik ook op dagelijkse basis enkel zuivel, rijst en veel aardappelen voorgeschoteld kreeg (al was vlees hier net iets meer een basisproduct, maar dat was suiker en brood ook!). Tegelijkertijd bevond ik me op trekkingen naar 4000m en bij vriestemperaturen in een klein tentje. En raad eens, ik had geen enkel probleem. Ik kan niet garanderen dat het 3 jaar geleden, toen ik op mijn gezondheidsdieptepunt zat, ook zo geweest zou zijn, maar ik put kracht uit het feit dat mijn lichaam terug weerstand kan bieden tegen – letterlijk – de woeste krachten van de natuur en tegen schaarste.

Ik hoop dat ik jullie met deze ervaringen van een flinke dosis energie, zelfvertrouwen en wilskracht kan voorzien. Paleo is een ideale startplek naar gezondheid, het heeft mij ontelbare dingen gegeven, maar je lichaam kan uiteindelijk alles aan als je het maar vertrouwt.

Andrea / Genezen van chronische ziekte dankzij Paleo / Wetenschappelijk criticus / Liefhebber van handstands, experimenteel koken en rondreizen/ Passie voor vurig debatteren, duurzame landbouw en journalistiek / Met een verse bos boerenkool verover je mijn hart en ziel.