Er wordt vaak gesteld dat voeding een effect heeft op de zuurtegraad van het lichaam en dat we er naar zouden moeten streven die zo “alkalisch mogelijk te houden”.

Het idee hierachter is dat een te hoge zuurtegraad aanleiding zou geven tot allerhande ziektes zoals schildklierproblemen en osteoporose, en bovenal de ontwikkeling van kanker zou bevorderen. In een alkalische (base) omgeving zouden schadelijke cellen geen kans hebben om zich te ontwikkelen.

Op basis van dit idee worden sinds de jaren ‘80 allerhande wondermiddelen tegen kanker aangeprezen, van het consumeren van hoge hoeveelheden waterstofcarbonaat tot maandenlange sappenkuren. Vlees en vetten zouden een sterk verzurend effect hebben, en dienen daarom weinig geconsumeerd te worden, terwijl een dieet gebaseerd op groente en fruit een alkalisch effect zou hebben.

De zuren/basen-theorie geeft zo een extra “wetenschappelijk” argument ten voordele van vegetarische, veganistische en rauwkostdiëten.  In hun kielzog maakt het alkalisch dieet een relatieve comeback.

Maar klopt dat allemaal wel?

Vooraleer we vol enthousiasme aan het koolsoepdieet beginnen, toetsen we de alkalische belofte toch best even aan de wetenschap.

Het lichaam heeft geen algemene zuurgraad. Sommige delen in het lichaam hebben een hoge pH, andere een lage.  De maag heeft door de aanwezigheid van maagzuren een zeer lage pH en vormt dus een zure omgeving. De ideale zuurgraad van het bloed ligt tussen 7,35 en 7,45 pH. Dit betekent dat het bloed een licht alkalische omgeving vormt. Dit is de ideale balans voor de functie van alle lichaamscellen. Wanneer de pH-waarde van het bloed onder 7,35 daalt (en dus de zuurgraad toeneemt) spreekt met van metabole acidose. Wanneer de pH-waarde boven 7,45 stijgt (en de zuurgraad dus afneemt)) spreekt met van metabole alkalose. Beide gevallen kunnen alleen voorkomen door ernstige orgaanstoornissen, onder invloed van zware ziekte of fysiek trauma. Een mens kan niet lang overleven wanneer de zuurgraad te hoog of te laag is. Zowel in een te alkalische als in een te zure omgeving, stoppen lichaamscellen hun functie en sterven ze af.

Aangezien het lichaam zo sterk steunt op haar nauwgezette balans, heeft het automatische systemen die de pH-waarde van het bloed perfect binnen het goede bereik houdt. Dit heet de zuren/ basen homeostase.

De eerste automatische regulatie gebeurt via de ademhaling. Door sneller te ademen stijgt de pH-waarde van het bloed, door trager te ademen daalt de pH-waarde.

Een verstoorde ademhaling kan dus tot een ontregeling van het zurenbasen evenwicht leiden. Hier spreekt met van respiratoire acidose (door hypoventilatie) of respiratoire alkalose (door hyperventilatie). Wanneer je bijvoorbeeld lang je adem inhoudt, daalt de pH-waarde van je bloed. Dit word je heel snel gewaar en je lichaam zal je dwingen weer adem te halen en de pH keert terug naar haar normale waarde.

De tweede gebeurt in de nieren, die via uitscheiding en reabsorptie van bicarbonaat, de pH reguleren. Bicarbonaat is hoog alkalisch, zoals vele mineralen.  Een verhoogde absorptie van Natrium Waterstofcarbonaat door de nieren, heeft dus een bloed pH verhogend of alkaliserend effect.

Kan voeding je zurenbasen balans ontregelen?

Voeding laat in het verteringsproces restanten achter. Vergelijkbaar met de verbranding in een houtoven, worden deze restanten ook “as“ genoemd. Dit residu is onder invloed van bepaalde voedingstoffen alkalisch of zuur.  Het is op basis van de pH van hun residu dat de zuurtegraad van voedingsmiddelen bepaald wordt, niet op basis van smaak. Zo smaakt een citroen wel zuur, maar is ze alkalisch. Bijna alle fruit en rauwe groenten zijn alkalisch, omdat ze mineralen bevatten zoals calcium, magnesium en kalium. Onder zure voeding vallen alle dierlijke producten, graan, bonen en zaden. De voedingsstoffen die verantwoordelijk zijn voor het zure residu zijn fosfor en sulfer uit eiwitten.[1] Vetten, zetmeel en suiker worden als neutraal beschouwd.

Wanneer de eiwitten afgebroken worden, komen sulferrijke aminozuren in de bloedbaan terecht. Sulfer wordt omgezet in sulfaten , die de pH van je bloed verhogen. Dit effect duurt echter niet lang. Bij een verhoogde consumptie van zuurvormende voeding, produceren de nieren, zoals eerder vernoemd, bicarbonaat ionen, die de zuren snel bufferen.[2] Dit proces vormt C02, wat uitgescheiden wordt door de longen, en zouten die door de nieren via de urine uitgescheiden worden. Wanneer die bicarbonaat ionen hun rol vervuld hebben, worden nieuwe aangemaakt.

Zolang de nieren en longen normaal functioneren, blijft de pH-waarde van het bloed stabiel. Dit is dan ook de reden waarom voeding weinig effect heeft.

Voorstanders van de zogenaamde alkalische diëten wijzen op het effect van voeding op de pH van urine. Het is daadwerkelijk zo dat grote schommelingen waarneembaar zijn onder invloed van het dieet. Wanneer we een steak eten meten we inderdaad nadien in de urine een hogere PH-waarde dan wanneer we net een halve kilo groene kool naar binnen werkten.  De waarheid echter is dat de pH-waarde van de urine, deze van het bloed niet weerspiegelt. De hoge zuurgraad van urine duidt gewoon op de excretie van zuren, een teken dat je nieren dus hun functie naar behoren vervullen.

Kan zure voeding leiden tot osteoporose?

Een vaak aangehaald argument voor de restrictie van verzurende voedingsmiddelen, is de verhoogde excretie van calcium. Het is inderdaad zo dat na het eten van vlees of zuivel, meer calcium in de urine gemeten kan worden. Voorstanders van de alkalische diëten suggereren dat het eten van zuurvormende voeding leidt tot botverzwakking of osteoporose. De verhoogde calciumexcretie zou wijzen op de extractie van calcium uit de botten, om een buffer te bouwen tegen de zuren in het bloed.

Deze hypothese negeert de Ph-regulerende functie van de nieren. Als calcium inderdaad aan de botten onttrokken zou kunnen worden, zou dit hypothetisch enkel kunnen wanneer de nieren het teveel aan zuurvormende voeding niet aankunnen.  In dit geval zouden andere kenmerken van nierfalen herkenbaar moeten zijn.

Als een zuur dieet tot botontkalking zou leiden, dan zouden er tevens andere factoren meetbaar moeten zijn die deze stelling ondersteunen. Er is echter geen enkele studie die een verband legt tussen een verhoogd risico op osteoporose en lage Ph van urine. De vermeende link tussen een zuur dieet en osteoporose steunt dus enkel op de aanwezigheid van calcium in de urine.

In tegenstelling tot de zuren-osteoporose theorie, is er wel voldoende wetenschappelijk bewijs dat eiwitconsumptie de botten ondersteunt.  De aminozuren in eiwitrijke voeding zorgen voor een verhoogde opname van calcium in de darmen. Logischerwijs heeft een verhoogd absorptievermogen ook als gevolg dat meer calcium uitgescheiden wordt. Bovendien toonden verschillende klinische studies aan dat de inname van eiwitten leidt tot een lager risico op botfracturen en osteoporose tot in hoge leeftijd, dit door haar directe impact op calciumabsorptie en door de ondersteuning van de spiermassa, die het skelet beschermt.[3]

Dat (gefermenteerde) melkproducten rijk zijn aan de botbeschermende vitamine K2, spreekt ook het vermeende causaal verband tussen zuurvormende voeding en botontkalking tegen.

Nieuwe onderzoek wijst overigens op de afbouw van collageen in het skelet [4] [5] als belangrijke oorzaak van osteoporose, maar dat is voer voor een ander artikel 😉

Hoe zit het met basen als supplement?

Aangezien de nieren bicarbonaat produceren om de zuren in het bloed te bufferen, kan het inderdaad logisch lijken om waterstofcarbonaat als supplement te gaan gebruiken, om zo de zuren basen homeostase te ondersteunen. Waterstofcarbonaat vormt in vermenging met maagzuur CO2. De toename van CO2 in het lichaam ondersteunt de zuurstofverdeling over de cellen en de botvorming.

Studies wezen uit dat bij afwezigheid van waterstofcarbonaat het verlies van calcium uit het bot toeneemt. Het supplementeren van waterstofcarbonaat kan dus botvorming stimuleren.

En de redenering achter de controversiële kankertherapie waarbij waterstofcarbonaat wordt toegediend, is dat in een alkalische omgeving kankercellen niet kunnen ontwikkelen.

Maar… belangrijk te weten, is dat in een zeer alkalische omgeving geen énkele cel kan functioneren. Bovendien ontwikkelen sommige kankercellen zich net zo goed in een licht alkalische omgeving. Het is echter wel zo dat tumoren zelf de pH-waarde van hun omgeving verlagen. Kanker veroorzaakt een verzuring van je lichaam, niet omgekeerd.[6]

Het vermeende kankerwerend effect van bicarbonaat is niet voldoende onderworpen aan klinisch onderzoek. Er zijn wel enkele studies die de theorie bevestigen dat de orale inname van watercarbonaat de extra cellulaire pH van borstkankertumoren in muizen verhoogt, en de proliferatie van de tumor verhindert. [7]

Hoe verbeter je je zuur/base balans?

Dat allemaal gezegd zijnde, de zuren basen balans is levensbelangrijk. Maar het effect van voeding op deze balans is slechts gering en in elk geval enkel tijdelijk.

Wat kan je dan wel doen als je zuur/base balans ontregeld is…?

Ademhaling en nierfunctie daarentegen zijn van groot belang. Hoewel beide functies automatisch verlopen kunnen we hen ondersteunen in hun werk om de ideale bloed pH te behouden.

Welke voeding ondersteunt de nierfunctie?

Alle fruit en groenten die rijk zijn aan  antioxidanten. Kruisbloemige planten zoals alle koolsoorten, knoflook en ajuin voor het flavonoïde quercitin, felgekleurde groenten zoals wortel en paprika met hun antioxidant betacaroteen en de antocyanine-rijke bessen.

Eiwitconsumptie heeft géén bezwarend effect op de nieren, zoals vaak beweerd. Terwijl mensen met nierfalen inderdaad wordt afgeraden een eiwitrijk dieet te eten, zijn er geen indicaties dat hoge eiwitconsumptie de nieren negatief beïnvloedt. De grootste risicofactoren voor nierziekte zijn diabetes mellitus type 2 en verhoogde bloeddruk. Consumptie van eiwitten leidt tot een verbetering van de glucose absorptie en stabilisering van de bloedsuikerspiegel. Eiwitrijke diëten correleren met een lagere bloeddruk. [8] Zorgen dat je voldoende eiwitten consumeert helpt dus net om de grootste risicofactoren voor nierziekten te vermijden.

Bovendien zijn eiwitbronnen zoals wild gevangen vis, en vlees van wilde of grazende dieren, een uitstekende bron van omega 3 vetzuren. Uit enkele studies blijkt dat de supplementering van EPA en DHA vetzuren de nierfunctie bij nierpatiënten verbeterde. [9]

En hoe kan je ademhaling de zuur/base balans verbeteren?

Een correcte ademhaling zorgt voor een adequate CO2/O2 balans en kan dus bijdragen tot  de zuren/basen homeostase. Door bewust te leren ademen via het middenrif kan je oppervlakkige ademhaling en chronische hyperventilatie vermijden.

 

 

Bronnen: